|
Gedurende duizenden jaren kweekten onze voorouders de oerwolf tot honderden qua uiterlijk en karakter verschillende hondenrassen, elk met een specifiek doel voor ogen. Sommige hondenrassen werden geselecteerd en gefokt om op groot wild te jagen, enkele werden ingezet om ongedierte te verdelgen en weer andere opgevoed tot gezelschapsdier.
Het resultaat van dit fokken is dat we nu een waaier kennen aan verschillende honden, elk met een eigen lichaamsbouw en een eigen taakgericht karakter, heel divers, maar toch allemaal overduidelijk hond. De duizenden jaren durende domesticatie is er immers niet in geslaagd de interne oerwolf in de hond uit te drijven. In elke hond, hoe klein, groot, lief, waaks ook, vinden we nog steeds heel wat van de oerwolf terug, denk maar aan roedelvorming en de aangeboren instincten van elke hond.
De uiterlijke diversificatie verbergt het misschien, maar ook qua fysiologie schuilt er nog steeds heel wat wolf in de hond. Van puppy tot trouwe viervoeter, van wolvenjong tot roedelleider, honden en wolven hebben voor een zeer groot deel identieke kenmerken.
Eén daarvan is hun spijsverteringsstelsel. Van natuur zijn honden net als wolven echte prooi-eters. Dit houdt in dat het grootste deel van hun voeding zou moeten bestaan uit rauw vlees (liefst spieren en organen), botten en wat groenten en fruit. Dit laatste halen ze immers uit de maaginhoud van hun meestal herbivore prooien...
|